(+31) (0) 181 416 177

Overdrachtsbelasting in Turkije

Overdrachtsbelasting in Turkije

Ongeveer 10 jaar geleden kreeg ik van een cliënte (een Nederlands bedrijf) opdracht om bij volmacht een perceel namens haar in eigendom te verwerven in Turkije, waarop een fabriek zou worden gebouwd. De eigenaren van het perceel waren particulieren. Ik ging naar het Openbare Register om de waarde (koopprijs, zijnde EUR 80.000,–) van het perceel vast stellen om zodoende ook de overdrachtsbelasting te berekenen.

De ambtenaar aldaar stelde voor om een lage(re) waarde, te weten EUR 50.000,–, te laten noteren om de overdrachtsbelasting zo laag mogelijk te houden. Toen ik dit weigerde twijfelde de ambtenaar aan mijn denkvermogen, daar dit fiscaal voordeel zou opleveren voor cliënte. De ambtenaar vergat, of wist niet, dat op de balans van cliënte de werkelijke koopprijs (voorzien van stukken) diende te worden vermeld.

Het vaststellen van waarden voor onroerende goederen lager dan de werkelijke waarde heeft jaren voortgeduurd, totdat de WOZ-waarde als richtlijn, dan wel wetgeving, is gaan gelden”.

De totstandkoming van de (ver)koopprijs van onroerend goed is veelal het resultaat van de onderhandelingen tussen koper en verkoper. Nadat zij een prijs zijn overeengekomen, gaan partijen naar het Openbare Register (“Tapu Sicil Müdürlüğü”), alwaar zij kenbaar maken wat er is afgesproken met betrekking tot de aan-/verkoop.

Het is een publiek geheim dat men niet de werkelijke (ver)koopprijs van het onroerend goed laat noteren bij het Openbare Register, maar een lagere waarde (als minimum geldt thans de WOZ-waarde, zoals bepaald door de Gemeente; in de meeste gevallen ligt die ook lager dan de marktwaarde). Dit fenomeen (lees: het gevolg hiervan) kan strikt formeel gezien gekwalificeerd worden als: “het zwart maken van wit geld” (uitgaande van de veronderstelling dat de waarde/prijs door middel van “wit geld” wordt betaald).

Partijen (althans degene die de overdrachtsbelasting betaalt) geven (geeft) er veelal de voorkeur aan om bij het Openbare Register een “prijskaartje” van het onroerend goed door te geven dat zo dicht mogelijk bij de WOZ-waarde ligt, dit in verband met de af te dragen overdrachtsbelasting.

Het Ministerie van Financiën heeft echter thans bericht dat zij de bestaande wetgeving strenger zal handhaven.[1] Zij heeft de belanghebbenden erop geattendeerd om bij het Openbare Register de werkelijke prijs van het onroerend goed op te geven, respectievelijk te laten noteren. Ook verzoekt het Ministerie aan de belanghebbenden melding te doen ingeval de aannemer (bijvoorbeeld bij nieuwbouw) een lagere prijs/waarde opgeeft bij het Openbare Register.

Indien onjuiste gegevens (lees: lagere waarde-/prijsopgave) worden geconstateerd door de Belastingdienst (“Gelir Idaresi Başkanlığı”), dan kan dit aanleiding zijn om aan partijen (koper en verkoper) een boete op te leggen.

Derhalve heeft het Ministerie brochures laten drukken met daarop de tekst: “Neem geen risico’s en laat de werkelijke waarde van uw onroerend goed registreren”. Hier wordt nog het navolgende aan toegevoegd: “Onjuiste aangifte en/of onvolledige betaling van overdrachtsbelasting zal, met verhoging van een boete, zowel bij de koper als de verkoper worden gevorderd”.

De brochure benadrukt voorts de vier navolgende punten:

Ook als de koop van het onroerend goed (deels) contant en/of met bankkrediet is geschied, deel dan bij het Openbare Register alsnog de werkelijke (ver)koopprijs mede;
Vraag te allen tijde om een factuur (met de werkelijke bedragen) indien u een betaling heeft gedaan aan een aannemer, bouwbedrijf en/of tussenpersoon;
Onjuiste aangifte of onvolledige betaling van overdrachtsbelasting zal, met verhoging van een boete, zowel bij de koper als verkoper afzonderlijk worden gevorderd;
Wees ervan bewust dat alle gegevens terzake de verwerving van het onroerend goed zullen worden doorgegeven aan het Ministerie van Financiën.

Waaruit bestaat de boete? Indien partijen bij het Openbare Register een waarde laten noteren die lager ligt dan de WOZ-waarde of werkelijke (ver)koopprijs van het onroerend goed, dan zal allereerst de overdrachtsbelasting over het verschil tussen die bedragen, zowel op de koper als de verkoper, worden gevorderd. Voorts zal aan beide partijen (lees: koper en verkoper) afzonderlijk een boete worden opgelegd van 25% van die overdrachtsbelasting wegens belastingontduiking.

Kort samengevat komt het erop neer, dat de onbetaalde overdrachtsbelasting alsnog op beide partijen zal worden verhaald, verhoogd met een boete van 25% over dat bedrag.

Zij nog het navolgende opgemerkt: De overdrachtsbelasting van onroerend goed bedraagt in totaal 4% van de (ver)koopprijs. Bij wet is geregeld dat beide partijen 2% dienen te betalen. Hiervan kan worden afgeweken in verband met de contractsvrijheid, met andere woorden kunnen partijen afspreken dat bijvoorbeeld de koper de 4% overdrachtsbelasting betaalt.

Mocht de belastingplichtige in het verleden bewust, dan wel onbewust, onjuiste gegevens bij het Openbare Register hebben laten noteren, dan biedt het Ministerie van Financiën thans – met terugwerkende kracht – de mogelijkheid een verzoek (“Pişmanlık Talebi Dilekçesi”) in te dienen om deze te corrigeren, ook wel te kwalificeren als een “inkeerregeling”.

Het heeft aanbeveling zich niet te laten verleiden tot het doen van een onjuiste aangifte bij het Openbare Register.